Door Areaal Advies
  • Duurzame bezoekerseconomie

WadNext: Zes lessen voor duurzaam toerisme

WadNext

Van 7 tot en met 9 september waaide onze collega Iris uit op Ameland voor de WadNext Conference. Tijdens dit congres werd de toekomst van het duurzaam toerisme belicht door een mix van ondernemers, EU-commissarissen, beleidsmakers, onderzoekers en jongeren. Tussen de sessies door stak zij zelf ook de handen uit de mouwen door zwerfafval te jutten op het strand én fietste zij door wind en wind over het eiland.

Wat maakt Ameland tot een goed praktijkvoorbeeld voor duurzaam toerisme? Waarom is het zo ingewikkeld om de omslag van ‘meer toerisme’ naar ‘beter en duurzaam toerisme’ te maken? Iris neemt je mee in de uitdagingen én deelt haar zes belangrijkste lessen van WadNext.

Ameland: Toerisme als motor én uitdaging

Met haar rust, ruimte, natuur, authenciteit en UNESCO-status trekt Ameland jaarlijks zo’n 600 duizend bezoekers, waarvan circa 70% herhaalbezoeker is. Deze toeristische druk is overal voelbaar op het eiland: van de vele huurfietsen bij de veerhaven, druk op de natuur en de gentrificatie van de woningmarkt tot een ruim aanbod aan bootexcursies, vakantiewoningen, restaurants en souvenirwinkels.

Tegelijkertijd kan het eiland niet zonder bezoekers. Het toerisme is de motor van de eilandeconomie. Die spagaat vraagt veel van het eiland en haar inwoners. Net als de andere Waddeneilanden verschuift Ameland de koers daarom van kwantiteit naar kwaliteit. Het doel? Een eiland dat Amelands blijft, duurzaamheid stimuleert, grip houdt op externe investeringen en bezoekers trekt die passen bij het DNA van het eiland. Ook wil Ameland graag bezoekers die een bijdrage leveren aan de economie en leefbaarheid van het eiland.

Waarom de transitie naar een duurzaam toerismemodel zo moeilijk is

Tijdens WadNext werd één ding duidelijk: toerisme wordt (te vaak) gezien als consumptiegoed én bezoekers zijn gastvrijheid als een vanzelfsprekend recht gaan zien, terwijl de bewoners hier niet altijd de vruchten van plukken. Dit maakt een bestemming per definitie niet duurzaam.

De transitie naar een duurzamer model wordt naast beperkingen in tijd, middelen en samenwerking, ook belemmerd door een samenspel van economische, beleidsmatige, sociale en gedragsmatige factoren:

  • Economische factoren: focus op korte-termijndenken, hoge investeringskosten en hoge operationele kosten van duurzame technologieën en alternatieven, zoals zonnepanelen en biologisch eten.
  • Gedragsmatige en sociale factoren: hardnekkig consumentengedrag, prijsgevoeligheid, weerstand tegen verandering en gebrek aan transparantie over duurzaamheid (greenwashing).
  • Beleidsmatige factoren: gebrek aan eenduidige regelgeving en handhaving over verduurzaming, maar ook ontoereikende infrastructuur.

Welke zes lessen namen wij mee naar het vasteland?

  1. Verkies bloei boven groei: Focus niet langer puur op meer bezoekers en een hoger Bruto Binnenlands Product (BBP), maar op de kwaliteit van leven en een gebalanceerde geografische spreiding. Vraag niet hoe je een plek inricht voor een toerist, maar wat een plek nodig heeft om ecologisch, sociaal en cultureel te bloeien. Dit vraagt om een andere manier van kijken: van tourism-based naar place-based perspectief.
  2. Denk in wederkerig gastheerschap: Toerisme is géén eenrichtingsverkeer. Bezoekers moeten niet alleen ‘nemen’ (zoals rust, water, huizen), maar ook actief waarde toevoegen. Zorg er daarbij voor dat voorzieningen primair de lokale bevolking dienen.
  3. Kijk buiten de ‘toerisme-bubbel’: De toeristische sector staat niet op zichzelf, maar raakt direct aan woningbouw, bereikbaarheid, energie en ruimtelijke ordening. Kies dan ook voor een integrale benadering.
  4. Werk intensief samen (collaborative governance): Toerisme heeft een enorme lokale impact. Verandering begint nooit vanaf een schone lei, maar vraagt om geduld, begrip voor elkaar en het benutten van lokale kennis. Betrek bewust voor groepen die vaak buiten spel blijven, zoals jongeren. Besluitvorming met én voor de jeugd borgt dat keuzes standhouden voor toekomstige generaties.
  5. Durf te kiezen (ook als het schuurt): Echt werk maken van duurzaamheid betekent scherpe keuzes maken die soms tot weerstand en verminderde inkomsten leiden. Denk aan het instellen van een autoluw beleid, een cap op het aantal slaapplaatsen of het expliciet definiëren van de ‘goede’ bezoeker.
  6. Denk in natuurlijke grenzen (bioregio): Laat administratieve grenzen eens los. Het ecologische systeem van de Waddenzee stopt niet bij de gemeentegrens van Ameland of Schiermonnikoog. Door te sturen vanuit de natuurlijke structuren van een bioregio, stem je bezoekersstromen af op wat het gehele ecosysteem kan dragen.

Samen bouwen aan een duurzame toeristische sector?

Staat jouw gemeente, regio of organisatie voor de uitdaging om het toerisme en recreatie duurzamer en toekomstbestendiger te organiseren? Iris denkt graag met je mee. Neem vrijblijvend contact op met haar!

Tijdens het congres is Iris ook geïnterviewd door het Financieele Dagblad. Lees het interview hier!